Hamburg – Amsterdam - Verhuizing Jordaan - Rechter tevens God - Vriendje - Scholen - Gezellig samen eten - Domme dingen die ik deed - Een broertje Christian - Verhalen genoeg - Stiefpa ging in Limburg werken - Camping den Dries - Naar school in Valkenburg - Verhuizen naar Heerlen - Vervolg op LevensFlitsen in Vogelvlucht blz. 2
Michael is de naam, en ben geboren 05-01-1954 in Hamburg. In 1956 ongeveer ben ik met mijn moeder naar Amsterdam verhuisd, ik heb nog een oudere broer, die is in Hamburg gebleven bij oma. Oma heb ik nooit gekend. We kwamen daar in Amsterdam op een krakkemikkige woonboot, in een van de vele grachten, bij mijn stiefvader te wonen. Geweldig was het niet, koud in de winter, als ik naar buiten wou kijken moest je eerst het ijs van de ramen afkrabben. In de zomer was het er net een sauna. Geen wc, alles moest op een emmer, die in de gracht geleegd werd. In de winter een stinkende olie/petroleum kachel, waar je naast moest gaan zitten om warm te worden. Geen bad of douche, een gewone ovale zinken teil, daar werd je een keer per week in gewassen. Als je de woonboot uitkwam stond je op kinderkopjes bestrate kade, met allemaal pakhuizen. Dus geen woningen waar mensen in woonden. Niemandsland in een druk Amsterdam dus, waar zelfs weinig te beleven was in de pakhuizen.
Terug naar boven
Verhuizing Jordaan
Jaren later zijn we verhuisd met een enkele reis, met behulp van een bakfiets met daarin ons hele hebben en houden, naar de Leliestraat midden in de Jordaan. Bakfiets en stiefpa voorop, moeder erachter en ik weer achter moeder. Een hele optocht van niets dus. Het was een bovenwoning, gelegen boven een Spar winkel, in de deurpost die in een halletje was, pronkten drie koperen trekbellen. De middelste was voor ons. Er was een keukentje, een woonkamertje, tussenkamertje en achterkamertje. En het belangrijkste een echte wc. Als je uit het raam keek aan de voorkant, kon je precies zien wat de overburen aan de overkant in huis hadden. Als je door het raam achteren keek zag je een binnenplaatsje, wat van de Sparwinkel was. Ik zat met de ellebogen op de vensterbank, handen onder de kin te kijken hoe daar het Sparmeisje aan het spelen was, op een autoband aan een stuk touw, vastgemaakt aan een ijzeren buis, die van muur tot muur ging. We hebben daar gewoond tot mijn stiefvader, op de Staats Kolenmijn Emma, is gaan werken. En zijn toen verhuist naar Heerlen, wijk Heksenberg in de Adelaarsstraat op nummer 17.
Terug naar boven
Rechter tevens God
Thuis is het nooit leuk geweest, mijn stiefvader meende dat hij rechter en God was tegelijk. Liep meestal naast zijn schoenen, daarbij was hij gewoon productie medewerker op een plastiek fabriek, Luxor, die plastiek kinderspeelgoed maakte. Ik ben er een keer geweest, op een zaterdag morgen, toen moesten de mensen nog vijf en een halve dag werken in de week. Daarbij had die man die erg streng, en ziekelijk precies was, de handjes los aan het lichaam zitten, ik rook dus ook regelmatig alle hoeken van de kamer. En mijn moeder ging gewoon onverstoord verder met breien, tijdens die lichamelijk afstraffingen. Ik kan mij trouwens niet herinneren dat we wel eens geknuffeld hebben, of dat ik bij haar op schoot zat. Mijn toevlucht zocht ik dan ook buiten op straat, ik was een echt straatjoch, elke minuut die ik niet hoefde thuis te zijn was ik ergens in de Jordaan, of op het IJ te vinden. En Zondags natuurlijk de vlooienmarkt.
Terug naar boven
Vriendje
Ik had een vriendje, maar als die er niet was dan was het ook goed, ik vermaakte me wel en ik was een echte einzelgänger. Dat vriendje, heb ik eens een tijd niet meer gezien, later zag ik hem weer, en hij had een houten onderbeen, de bovenkant bekleed met bruinleer. Een vrachtwagen had hem een been afgereden. Dat was een van de naarste gebeurtenissen in die tijd voor mij. Zoiets vertel je dan als je thuis bent, en krijg je als antwoord “tja, erg hoor” daar moest je het dan mee doen. Ik heb er nog weken avonds in bed aan gedacht voor het slapen gaan, zo erg dat je zelf haast de pijn voelde die de jongen gehad moet hebben.
Terug naar boven
Scholen
Op die twee scholen waar ik in Amsterdam op ben geweest, was ook al een fiasco. Ik kon niet meekomen met mijn klasgenootjes, ik keek uit raam, en dacht straks ga ik iets leuks doen, bijvoorbeeld met de pont over het IJ op en neer. Ik was ook altijd de pineut, het zal echt wel aan mij gelegen hebben, daar twijfel ik nu als volwassene niet aan, maar het moet een oorzaak gehad hebben. Ik mocht veel op de gang staan, bij de hoofdmeester komen, strafwerk maken en nog meer van die ongein. De rapporten waren er ook na, in eentje stond zelfs door de juffrouw geschreven: “ Michael is zeer onoplettend en brutaal ” En zoiets moet je dan thuis laten zien, nou dan was je bij mij thuis aan het goede adres. Thuis kreeg je nog een straf er boven op. Bijvoorbeeld, waar ze mij het meeste mee straften, een week binnen blijven. Daar zat je dan, toen nog geen radio of televisie, speelgoed, ja van die stomme blokken, of een vis aquarium van karton waar je in moest vissen met een hengeltje. Die vissen hadden allemaal een ring door de neus, aan die hengel zat aan het einde van het touwtje een magneetje. Dat waren zeer lange straf weken, niet alleen dat ik mij kapot verveelt, maar je moest goed op je tellen passen, het oog van mijn stiefvader zag alles, met de bijbehorende afstraffingen, met die wapperhandjes. Ik was altijd blij als hij middagdienst had, dan kwam ik tot rust, en ik hoefde niet meer als een beest schichtig in het rond te kijken, of er een dergelijk los handje was, die weer aan mijn oor probeerde te trekken. Je wist ook nooit, welk oor hij in het vizier had, bah, gemeen.
Terug naar boven
Gezellig samen eten
Zelfs met zijn allen warm eten was niet leuk, en af en toe een hel op aarde. Zo mochten wij niet praten onder het eten, recht zitten als een plank en schouders naar achteren. Het is al voorgekomen dat stiefpa niet vond dat ik recht genoeg zat, hij pakte een bezem, en stak steel door de hals van mijn trui, langs mijn broek zo de grond op door een opening in de achterkant stoel, tja zal wel niet uitgezien hebben een bezem aan tafel, maar ik zat recht. Verder moesten de ellebogen tegen het lichaam gedrukt, zodat je niet iemand anders een oog uit stak. Tinnen soldaatjes in een doos hebben meer beweging vrijheid. Doe niet zoveel op je vork, slurp niet, eet met de mond dicht, eet eerst je mond leeg, voordat je nieuw eten op je vork neemt, ga je neus snuiten, speel niet met je eten, ga recht zitten, koppen dicht! Het is mij een keer gebeurd, ik kreeg de slappe lach, over iets wat ik die dag had meegemaakt. Op houden, en eten. Hou je op nou! Wat is er te lachen, mijn moeder hield weer eens wijselijk haar mond, nu toen hield ik op met lachen, en stopte een lepel eten in mijn mond, en ik proestte het weer uit van het lachen, maar die lepel eten kwamen mee, en alles zat dus vol. Paar draaien om de oren, en twee weken niet de deur uit was het resultaat van een menselijk kinderlijk gedrag, wat zo maar niet te stoppen is. Iedereen heeft wel eens de slappe lach gehad denk ik zo. Mijn moeder was zeer vindingrijk wat betreft eten maken, je kon zien dat ze honger heeft gekend in de oorlog. De jus was bijvoorbeeld weekjus, daar moest ze zelf altijd om lachen, zondags gemaakt van speklapjes of ander goedkoop vlees, vrijdags gebruikten we nog steeds de zelfde jus, wat dunner maar toch. Vlees was er maar een of twee keer per week, en soms was er vis in de vorm van tarbot, griet of schol. Een toetje was meestal een appel of een sinaasappel gedeeld door vier. Naar school toe als ik boterhammen mee kreeg, waren die besmeerd met uitgelopen reuzel met uitjes en wat zout, dat maakte ze zelf. Soms had ik weleens speculaas op de boterham, dat was lekker en ik voelde mij dan ook verwend. Jam deed moeder zelf maken, en soms kregen we een paar oude duiven, van de bovenbuurman die boven op het dak een duivenslag had. Je moest ook alles opeten wat er op je bord kwam, het was niet zo van, dat lust ik niet. Ik heb een keer met zogenaamde aardappel koeken, vier uur achter mijn bord gezeten aan tafel. Toen zag ik de keukenmat, een onbewaakt ogenblik later waren de aardappel koeken dus onder die mat verstopt. Ik had alles op en mocht weer mijn gang gaan, maar dom, dom, dom, ik was ze helemaal vergeten, dus mijn moeder ging een paar dagen later dweilen en vond ze, en moest dat zo nodig door kwekken aan mijn stiefpa. Tja, het huis was te klein, want lijfstraffen mochten toen zeker
nog.
Terug naar boven
Domme dingen die ik deed
Ik deed veel domme dingen, maar er waren ook veel dingen waar ik niets aan kon doen, ik was in elk geval altijd de klos. Op school net zo als thuis, leek wel of ze mij extra in de gaten hielden, je voelde je af en toe net een opgejaagd beest. Je keek eerst altijd de kat uit de boom, voordat je iets ging doen. Ik snapte toen in die tijd niets van deze boze mensen wereld, en ik was het liefste alleen, of met mijn eenbenig vriendje op de straat. Ik was negen jaar en kon Amsterdam op mijn duimpje, het liefste zat ik in de haven, te staren en te turen naar grote oceaan schepen, ook die aangemeerd waren, ik vond het schitterend. Die schepen hadden de wereld al gezien dacht ik toen. Het laden en lossen met die grote kranen, meestal waren dat van die jute zakken, of grote balen gewikkeld in jute. Maakte niets uit, mijn fantasie ging dan ook de wereld rond. En als ik zelf wou varen kon dat met de IJ pont, dat koste toen niets, en dan stond ik aan de reling te dromen, dat die pont verder ging als normaal, dan naar de overkant van het IJ. Of ik was te vinden op het grote Centraal station, zat ik op een bankje treinen te kijken, die binnen reden of vertrokken. Met een galmende stem op de achtergrond die ik meestal niet verstond. Ook die treinen, gaven je het gevoel van vrijheid, ze gingen ergens heen of ergens vandaan, weer liet ik mijn fantasie de vrije loop\r\n\r\nEen klein verhaaltje met grote gevolgen van mijn onwetendheid of dommigheid. Ik lust geen spruitjes, afschuwelijk ik kreeg ze maar niet door mijn keel, als je thuis kwam rook de hele bovenwoning naar die dingen, bah. En ik wist hoe laat het was, een lange zit aan tafel tot die dingen op waren. Anders kreeg ik ze de volgende dag weer. Maar goed ik moest van mijn ma een kan petroleum halen, voor de kachel. Ze gaf mij geld, de petroleumkan, en ik ging. Kom ik langs het winkeltje van de groenteboer, die de waar op stoep uitstalt. Valt mijn oog op twee veiling kisten met die rotspruitjes, ik liep door maar was aan het denken, het jeukte mij gewoon in de vingers, het werd een obsessie, ja, ik doe het straks, kwam het in mij op. Ik bij de olieman mijn kannetje vol laten maken met petroleum. En weer langs die twee veilingkisten verdomde rot spruitjes. Ik draaide de dop van de petroleumkan, en goot de inhoud van de kan, uit over die twee kisten spruitjes. Tegelijkertijd werd ik aan de arm gepakt, een withete groenteboer stond tegen mij te schreeuwen. Oei, ik heb toch iets goed verkeerd gedaan bedacht ik mij toen, maar wist nog niet van de gevolgen die dat hadden. Ik moest achter in de groentewinkel op een stoel in een kleine kamer gaan zitten, na een poos stond mijn moeder daar, en vroeg uiteraard waarom ik dat gedaan had, mijn antwoord was kort maar krachtig, dan hoef ik nooit meer spruitjes te eten. Wist ik veel als straatjochie dat die dingen groeien op het land. Volgens mij als ik mij goed herinner, avonds toen mijn stiefpa kwam en het verhaal hoorde, heb ik met de pollepel van langs gekregen, en mocht een maand niet meer naar buiten. Ja voor mijn twee ouders was een klein kapitaal vernietigt geworden, die ze terug moesten betalen aan de groenteman, en het opruimen van de petroleum. Ik hoefde vanaf toen nooit meer petroleum te halen.
Terug naar boven
Een broertje Christian
Ondertussen had ik er een broertje bij, Christian, dus we waren toen met zijn vieren. Ik kan mij bijna helemaal niets herinneren hoe het ging tussen mij en mijn broertje. Ik was veel op straat, of het daaraan gelegen heeft, dat ik daarom de huiselijke gezelligheid gemist heb. Ik zou het echt niet weten.
Terug naar boven
Verhalen genoeg
Verhalen heb ik genoeg, ik heb veel meegemaakt, op straat. Zo ging ik ook boodschappen doen voor een oude dame die niet meer zelf kon gaan. Ik kreeg als beloning nooit geld, maar wel een dikke rode appel, of een banaan en of sinaasappel. Ik tevreden, die mevrouw tevreden. Op de trap in ons trappenhuis stond eens een blik witte verf, schilders die het trappenhuis aan het verven waren, hadden dat blik in hun afwezigheid open gelaten. Ik zie dat, maar wist dus niet hoe die witte massa aanvoelde, ik had dat nog nooit gezien, er zat een vel op leek het wel, en ik kwam er met mijn vinger niet doorheen, wel met mijn nieuwe schoenen die ik pas vier dagen had. Je laat dan ook zo lekker een spoor na, je kon precies zien waar dommie gelopen had. En het ritueel van lichamelijke lijfstraffen herhaalde zich weer. Nog een verhaal wat ik niemand wil onthouden, en wat mij nog steeds in mijn geheugen gebeiteld staat. Ik was een traag persoontje iedere morgen, dat ben ik nu nog. Een echt avond mens mijn hele leven al. Maar vroeger thuis, werd je uit je warme bed geroepen, en je stond dan in de vrieskou, en in plaats van dat ik mij dan vlug aankleed, treuzelde ik altijd. Ik probeerde mijn broek bijvoorbeeld onder de warme dekens aan te trekken, ondertussen hadden ze me al weer geroepen, en mijn trui moest ook onder de deken aan, zodat er ook maar niets van kou aan mijn lijf kwam. Maar al met al ben je zo een tijdje bezig, dat besef ik nu! Het was een woensdag middag, want we hoefden maar één keer naar school die dag. En de rechter tevens God was thuis, en zat op de stoel te lezen, uit een van zijn onzinnige romannetjes. Die man was ook nog verslaaft aan lezen, ik heb hem niet anders gekend dan achter een boek. Hij riep mij, van achter zijn boekje, toen ik aankwam lopen keek hij nog niet eens op, maar zei gelijk, uitkleden! Ik snapte het niet, dus stond te kijken als een dommie, uitkleden! Of heb je wat aan je oren? Dus maar gedaan wat hij zo vriendelijk vroeg, onderbroek mocht ik aanhouden, dat scheelde weer. Ik was klaar met uitkleden, en ik dacht wat nu. Aankleden! Dit keer snapte ik het wel dus begon mij meteen aan te kleden. Ik was nog niet klaar met aankleden, hoorde ik weer uitkleden! Dat heb ik, en die man tot het avond eten volgehouden, ik was moe en kapot. Zo ik ben benieuwd of je morgenvroeg weer zo lang nodig hebt om je aan te kleden, zei hij onder het eten. Avonds heb ik in bed liggen huilen, en mijn moeder heeft totaal niets gedaan om die oefening te stoppen.\r\n\r\nOp eens had mijn stiefpa weer iets nieuws, een groente tuintje bij een breed water. Hij zegt tegen ma, ik ga even met Michael twee vishengeltjes halen, en hij riep mij en wij naar de winkel. Met twee bamboe hengels kwamen we thuis. Vissen was ik gek op, ik zat ook altijd langs de grachten met een kous van moeder, aan een stok te vissen naar stekelbaarsjes, glasaaltjes en andere witvis, die gingen dan in een grote snoeppot die ik gekregen had van de Spar meneer. Ik had dus het gevoel er gebeurd morgen eens wat leuks, en inderdaad de zon scheen, we pakten het brood voor de vissen, ik achter op de fiets, de bamboe vishengels langs de stang van de fiets, onder mijn been door. En we gingen vissen. Aangekomen zag ik meerdere tuinen, en die van ons was achter aan langs het water. Om er te komen moest je wel door een stukje wei, waar het gras en onkruid een halve meter hoog stond. Geen probleem zou je zeggen, nu ik weet wel beter. Hij liep het tuinhuisje gemaakt van platen, en golfplaten er zat nog geen raampje in, en kwam er met een stoel uit. Hij zetten de stoel in de zon, pakte zijn tas, en haalde er een boek uit, en ging lezen. Gaan we niet vissen, vroeg ik heel zachtjes. Nee nog niet, maar ik heb wel een werkje voor je. En hij liet mij zien hoe je met blote handen gras en onkruid kon uittrekken. Dus mijn dag kon niet meer kapot, want er stond onkruid en gras zat. En vissen, daar is niets meer van gekomen, omdat ik pijn in mijn handen had, en sneetjes. Of hij dat ooit aan mijn ma verteld heeft weet ik niet, van mij niet,want ik hield wijselijk mijn mond.
Terug naar boven
Stiefpa ging in Limburg werken
Opeens was mijn stiefpa, naar mijn tevredenheid niet meer thuis overdag en ook niet avonds, moeder zei dat hij in het verre Zuid Limburg aan het werk was als mijnwerker, en dat we over een paar maanden zouden verhuizen naar dat Limburg. Kon stiefpa daar niet blijven, en wij blijven dan lekker hier wonen, nee dat kon natuurlijk weer niet. In die tijd ben ik weer wat op rust gekomen, de man was enkel het weekend thuis, en ik weer op de straat. Door de week, sliep hij heel toepasselijk in hotel Amsterdam in Valkenburg. Het hotel bestaat nog steeds, stiefpa niet meer.
Terug naar boven
Camping den Dries
Maar de rust was nooit van lange duur, stiefpa en moeder hadden zich bedacht de hele zomer op een camping door te brengen, Camping Den Dries in Valkenburg. Dus er werd een tent gekocht en voor mij een nieuwe school gezocht, in Valkenburg. En als een dief in het duister zijn we nachts met een kennis die een soort van bestelauto had naar het zuiden gereden. Ik lag achterin en kon door een gat in de bodem de straat zien, het was een lange reis voor mijn begrippen. Het was licht toen we op die camping aankwamen. De tent was gelukkig al opgezet, door mijn stiefpa, ik mocht ook gelijk op een luchtbed gaan slapen, raar ik had nog nooit zo ongemakkelijk gelegen, als je ging zitten kwamen je voeten en benen omhoog. Vooral die slaapzak was een ramp, het was een heel gevecht om je om te draaien op een ander zij, dat ding ging steeds mee, of juist niet mee.\r\n\r\nHet leven op de camping begon mij net te bevallen, of moeder zei dat ik de volgende dag naar school moest. Nee, hier naar school, ik had al verschillende kinderen horen praten, en ik kon ze haast niet verstaan, die nacht heb ik zeer slecht geslapen.
Terug naar boven
Naar school in Valkenburg
Mijn moeder bracht mij naar de nieuwe school mijn vierde inmiddels in mijn korte leventje. Er waren al kinderen op het grote schoolplein, en er liepen van de vrouwen rond met zwarte gewaden en witte kapjes. Dat zijn nonnen zei mijn moeder. Later heb ik die nonnen met pinguïns vergeleken. Moeder bracht mij naar een non, de hoofd non geloof ik, mijn ma praatte even met haar, en zei, ik zie je vanmiddag wel. De non zei ga maar even kennismaken met de anderen kinderen en als de bel gaat kom je naar mij toe. Ik ging langs het hek staan, en keek hoe de kinderen in voor mij buitenlandse taal aan het schreeuwen en praten waren, heb ik dat weer. De bel ging, het was een buitenbel met een touw eraan, een van de kinderen was deze aan het luiden. De massa stormt over de speelplaats, en gaat in rijen van twee staan, klas bij klas. En ik zocht naar die hoofd non, maar ze had mij al gevonden en zette mij in een van die rijen. De bel ging weer, toen begon iedereen hardop een gebed op te zeggen, ik keek in het rond en wist mij geen houding te geven, want ik snapte hier niets van. Toen ze klaar waren stonden de nonnen bij de ingang van de school op een soort bordes en er waren ook een paar gewone juffen bij. Een van de nonnen wees en een klas ging naar binnen, een tweede non wees en er ging weer een klas naar binnen, je hoorde enkel het lopen van de kinderen, maar geen gepraat, ieder was muisstil. Een gewone juf, wijst onze richting uit, en de klas inclusief ik zelf loopt de school in, tot in de klas. De kinderen gingen allemaal naast hun bankje staan, en ik was aan het wachten op wat ging gebeuren. De juf ging voor de klas staan, en zei, een gebed, begint die hele klas weer te bidden. Toen ze klaar waren, ik stond nog steeds voor de klas bij het bord, zei de juf ga maar zitten kinderen. Toen was ik aan de beurt, ze stelde mij voor, en wees mijn plaats aan. Het eerste wat mij opviel, wat waren die bankjes netjes, leken wel nieuw, in Amsterdam op school waren er namen in gekrast, of stonden er gekke woorden in gekrast met de kroontjespen. En zagen blauw uit van de inkt. De meisjes zaten aan de linker kant van de klas, en de jongens aan de rechterkant. Dat bidden hebben we nog vier of vijf keer gedaan die dag, maar voor mij was dat een dag om vlug te vergeten, ik wist niet dat de tijd zo langzaam kon gaan. Als ik wat moest zeggen van de juf, keken alle kinderen je aan, of je van een andere planeet kwam, ik had een rasecht Jordaans accent, met een niet zo beschaaft woordgebruik. Dat heeft mij nog veel de das omgedaan op deze maar ook andere scholen die ik mocht bezoeken, nadat wij in Limburg kwamen wonen. Op de school in Valkenburg heb ik nooit de klok mogen luiden, wel het schoolplein mogen vegen. Ik ook, met mijn opvallende accent, ze hadden je meteen in de peiling, dus ik had het ook altijd gedaan. Maar later de catechismus daar had ik een heel goed punt voor, de kapelaan kwam twee keer in de week, en hij vertelde dan sterke verhalen, die ik mooi vond, dat was ook de enigste les waar ik niet in op viel als buitenstaander. En het bidden elke dag had ik ook onder de knie gekregen, en ken zelfs nu nog het, Onze Vader,
compleet!
Terug naar boven
Verhuizen naar Heerlen
Ik was over en mocht na de grote vakantie, naar een andere klas. Mijn punten waren zelfs beter als op school in Amsterdam. Twee kanttekeningen had de juffrouw van de school in mijn rapport boekje gezet. Michael is ongehoorzaam, en spreekt vaak tegen, Michael is brutaal en wil altijd zijn eigen zin doen. Daar was ik dus weer mooi klaar mee, brutaal is een groot woord, ik sprak mijn eigen straattaal uit Amsterdam, en dat kan harder aankomen dan de bedoeling is, ik draaide er ook niet omheen, ik kon en wist geen ander woorden om te gebruiken. Van mijn moeder heb ik dat ook niet geleerd, zij was Duitse, ik was Duits jochie, dat Nederlands heeft geleerd op straat. Maar toen der tijd was er weinig begrip voor, dus je was brutaal. Maar omdat je dus niet wist hoe het wel moest, ging je tegenpruttelen, want ik snapte er niets van. Dat heb ik dus op die andere scholen die ik nadien bezocht ook gehad. Goed dat de grote vakantie in de periode viel dat we in Valkenburg op de Camping stonden, dus ik kon Valkenburg ook nog onveilig maken. Stiefpa werkte nu op de Staats kolenmijn Emma in Hoensbroek, waar de kool gebruikt werd als hoofdzakelijk antraciet, in verschillende indelingen, nootje 1, nootje 2 enzovoort. Hij werd elke dag met de bus gehaald, en had drie ploegen dienst. Middagdienst was voor mij het leukste, dan zag ik hem de hele week niet. Op de camping en in Valkenburg was het wel leuk, maar wel veel saaier als bij ons in Amsterdam. Ik was weer echt de einzelgänger, want ik had altijd ruzie met die Limburgse jochies die een taal hadden als een stel oude wijven., of ze een liedje aan het zingen waren. Drie of vier maanden hebben we op de Camping den Dries in Valkenburg gewoond. En we gingen gelukkig weer naar huis. De kennis die ons gebracht had kwam ons ook weer halen, maar waarom dat altijd in het donker moest, was voor mij een raadsel. Mijn stiefpa bleef daar en ging weer terug naar hotel Amsterdam in Valkenburg.In Amsterdam voelde ik mij weer vlug op mijn gemak, en ging naar een ander klas, dezelfde kinderen, maar een ander juf. Dus zo bijzonder was het niet naar een ander klas. Ik was wel belangrijker, want jongens wilden van mij weten hoe het in Limburg was, dus ik vertelde soms niet helemaal de waarheid maar toch. Een van de jongens vroeg mij of een koe echt zo groot was, wij kenden een koe enkel van plaatjes en van het aap, noot, mies bord. Ik had voordat ik naar Limburg ging ook nog nooit koeien in het echt gezien. Maar ik had meer gezien, schapen, varkens, kippen en veel meer. Het enigste wat we in het echt konden waren paarden, omdat de politie in Amsterdam veel van paarden gebruik maakten. Het ging een aantal maanden heel goed, ik was rustiger, ik was meer thuis, ik zat wel eens te tekenen, en als het weekend was ging ik weer de straat op. Dus ik kon weinig verkeerd doen, en of die man moe was in het weekend, na een week werken in de kolenmijn. Want ik had minder last van hem, ik kon mij iets vrijer bewegen zonder gelijk een berisping, of een trek aan een van mijn oren of haren te moeten ondergaan. Ja het begon leuker te worden het leven. Maar zoals altijd als het bij ons rustig werd kwam er weer iets nieuws, en weer waren er veranderingen op komst. En ditmaal geen storm in een glas water, het was voor de echt. Op een dag kwam moeder met dozen, en oude kranten boven die had ze van de Spar meneer onder. Mam, vroeg ik heel voorzichtig wat ga je doen, inpakken zei ze op een toon, van ik heb het hier wel gezien. Glazen, kopjes, borden, bestek, dozen met veel boeken, heel veel boeken, kortom alles werd ingepakt. Het begon heel ongezellig te worden, want als mijn moeder zoiets moest doen werd ze soms vervelend, en werden de antwoorden steeds korter. De dozen stapelde ze allemaal op in de hoek van de kamer, en het waren vond ik toch wel veel. Het beetje speelgoed wat ik had ging ook een doos in, zonder krant. Dat alles heeft er een paar dagen gestaan. Tot dat moeder zei, morgen gaan we weg, naar Limburg, ik zeg op die Camping? Nee, in een groot huis met een tuin en badkamer in Heerlen, zodat pa, vlak bij zijn werk woont, en weer elke dag thuis is. Ik kreeg gelijk kortsluiting, en zei niets meer, en ben uit mijzelf naar bed gegaan. De volgende dag staat er een grote verhuiswagen voor de deur, Moonen uit Hoensbroek. En ze begonnen gelijk de dozen die ma had ingepakt naar de verhuiswagen te brengen, ook mijn bed, en dat van ma. In een tijd van niets was de bovenwoning leeg, en hebben ze koffie en ik een glas limonade gedronken, op het binnenplaatsje van de Spar mensen waar ma altijd haar boodschappen deed. Wij mochten ook in die grote verhuiswagen, een chauffeur, en die twee mannen gingen voor in zitten, en Moeder, Christian en ik mochten achterin zitten. Goh, wat zit je hoog in die verhuiswagen, hij maakte wel meer herrie dan de auto waar de kennis ons mee bracht en kwam halen toen we in Valkenburg waren. Het was een lange reis, we zijn een keer gestopt, bij een restaurant, die mannen hebben toen gegeten en wij kregen ook wat. Het was al donker, toen we aankwamen bij onze nieuwe woning. En wie komt daar naar buiten, stiefpa, hij begon al gelijk te commanderen.\r\n\r\nIk ben de woning ingegaan, en heb het huis bekeken, ik vond het eng, het was zo groot. Er waren vier kelders, en een kelder waar kolen gestort werden. Een woonkamer die veel groter was dan de hele bovenverdieping in Amsterdam was. Een grote keuken, met kasten, en een lange stenen aanrecht. De ramen waren allemaal verdeeld in kleine venstertjes. In de kamer naar de tuin waren twee hele grote klapdeuren die toegang gaven tot het terras, de tuin lag drie treden dieper, ik kon in het donker niet zien hoe lang dat die tuin was. Ik ging naar boven, drie slaapkamers, een grote badkamer met een echt bad. En er was nog een trap, dus ik die trap ook op, daar waren ook twee slaapkamers en een groot berghok. In het plafond zag ik een luik zitten, dus je kon nog hoger, maar hoe er was geen trap. Ik had dat alles bekeken in het donker, enkel met het licht van de straatlantaarns buiten. Ik was nog boven in het donker, en mijn fantasie begon weer te leven, ik dacht aan kastelen, met ridders en spoken. Dus ik maar weer vlug naar beneden, twee trappen af, waar ik de opdracht kreeg om te helpen, ik mocht niet in de weg te lopen, want die verhuismannen wilden ook wel naar huis, na zo een lange dag.
Terug naar boven
Vervolg Levens Flitsen in Vogelvlucht deel2
Klik op titel voor het vervolg van, Levensflitsen in vogelvlucht blz. 2

Hart van Rob
Hartendief
Louke’s weblog
LOULOENE
Kleine Berichtjes RSS Feed